Zwaartekrachtgolven bestaan, net als licht, in verschillende frequenties. Die frequenties hangen af van hun oorsprong. Wanneer twee zwarte gaten met een massa van 1 tot 100 zonnen om elkaar draaien en uiteindelijk samensmelten, ontstaan zwaartekrachtgolven met een frequentie van ongeveer 1 tot 1000 hertz. Dat zijn de golven die we kunnen waarnemen met observatoria op aarde, zoals aLIGO, Virgo en de toekomstige Einstein Telescope.
Maar er bestaan ook veel lagere frequenties aan zwaartekrachtgolven, afkomstig van superzware zwarte gaten of zelfs complete sterrenstelsels die om elkaar heen bewegen. Zulke traag-veranderende zwaartekrachtgolven, met frequenties tussen 0,1 millihertz en 0,1 hertz, kunnen we in de toekomst meten met LISA, een meetinstrument in de ruimte dat ESA rond 2035 wil lanceren. Kunnen we nog lager gaan? Absoluut! We kunnen zwaartekrachtgolven in het nanohertz-bereik (10^-9 hertz) meten met behulp van uiterst nauwkeurige metingen van pulsars, in Pulsar Timing Arrays (PTA's). PTA's hopen ongelooflijk langdurige, langzame processen te meten, waarbij binaire sterrenstelsels tientallen tot duizenden jaren nodig hebben om één baan om elkaar te voltooien.
Foto: LISA/NASA |